Bienvenue en France!
'Ik kan het aan mijn vader vragen,' had die vriend van mij nog tegen me gezegd.
Twee weken later zat ik met die vader in een typische bestuurderswagen - het eikenhouten dashboard ontbrak er nog net aan - en reden we samen door Frans heuvellandschap.
Ik had er een bijzondere treinreis opzitten, na een overstap in Lyon moest ik nog met een boemeltrein over, langs en door idyllische dorpjes en uitstappen in Roanne. Het was lang geleden dat ik zo'n afstand aflegde met de trein.
De vader van die vriend had vorige zomer een klein, vervallen huisje gekocht aan de rand van een Frans dorpje. De familie had er al enige malen verbleven en waren de boel mooi aan het opknappen. Hij had net wat opruimwerkzaamheden achter de rug en wilde terugrijden naar Nederland, toen hij hoorde van mijn bijzondere verzoek om enkele weken in het huisje te mogen verblijven.
'In je eentje?' had hij nog gevraagd. 'Wat wou je dan gaan doen?'
Gelukkig had die vader weleens over mij gehoord en klonk het hem nieteens zo gek in de oren dat de ware reden was: een boek schrijven. Hij zou me wel van het station komen ophalen.
Het dorpje, ten zuiden van Roanne, het zuidoosten van Frankrijk, was klein, maar kon mij aan alle behoeften voorzien, vertelde hij mij tijdens de autorit. Het had een kerkplein en een bakker, een slager en meer van dat soort winkeltjes.
Het huisje zelf stond een kilometer buiten dit dorp, dus ik moest het niet erg vinden om voor vers stokbrood een wandeling te maken. Ik keek om mij heen en zag de glooiende groene wijnvelden en een grote diversiteit aan boerderijdieren. Ook al verbleef ik plots vijftig jaar terug in de tijd: dit zou wel goed komen, dacht ik.
Het huisje had een soutterain waarbij ik op moest passen tijdens mijn verblijf. Als het hard regent loopt deze onder water en moet de pomp aangezet worden. Op de eerste verdieping was het woongedeelte met twee slaapkamers, een keuken en een klein woonkamertje. Nog nergens was te zien dat hier een Nederlandse familie was ingetrokken: het was nog een erg fijne en traditionele Franse woning. Ikea kennen ze hier gelukkig nog niet.
De vader liet mij uiteindelijk achter met de sleutel, een paar belangrijke telefoonnummers en een enorme gepekelde varkenspoot waar ik desgewenst mijn plakjes ham kon afsnijden. Genoeg voor een paar weken ham op brood.
Allereerst gooide ik alle verduisterende kleppen voor alle ramen open en liet een zachte, frisse voorjaarswind door het huis trekken.
Met een Frans biertje in mijn handen zat ik vandaag in het raamkozijn. Buiten schuifelde een oud boertje op klompen voorbij die hartelijk Bonjour! naar mij riep. Hij sleepte een onwillende ezel achter zich aan die vast wist dat hij zelf niets te willen heeft maar toch tegenwerkt voorzover zijn leeftijd dat toelaat.
Dat wordt nog wat met dat boek.


