Het was de liefde
Nadat ik haar deze week gebeld had en mijn huidige gezondheidstoestand had uitgelegd was ze eind van de middag direct langsgekomen.
Er parkeerde een zilvergrijze Audi voor de deur en er stapte een lange dame met lang donkerbruin haar uit. Ze pakte een doos vanaf de achterbank van haar auto en liep het tuinpad op. Ik bekeek haar door de vitrage van de woonkamer en het voelde bijna alsof ik haar aan het begluren was.
Ik opende de deur en daar stond ze: diegene die mij enigszins kon helpen omdat ik te beroerd was om zelf de straat op te gaan en de in Frankrijk bijna noodzakelijke dagelijkse boodschappen te doen.
'Hoi! Ramon? Ik heb meteen iets voor je meegenomen,' en ze liep langs mij naar de keuken om daar de doos op de keukentafel te zetten. 'Ik ben Anna-Sophie.' Ik schudde haar de hand en stelde me voor als de zieke bezoeker van het dorp.
Alsof ze vaker mensen in het dorp helpt met boodschappen pakte ze gelijk de spullen uit de doos. Twee pakken sinaasappelsap, een pak melk, een fles rode wijn, twee stokbroden, een zak kiwi's, appels, paprika's, een zakje met vlees en een hompje zachte Franse kaas.
Ik stond aan de vloer genageld want ik had niet eens expliciet naar mogelijke boodschappen gevraagd en nu had ze alles al in huis gehaald om de komende dagen te overleven. En met die vitamines zal ik ook goed kunnen aansterken. 'Dit kan iedereen gebruiken als hij ziek is, nietwaar?' zei ze.
Ik bedankte haar een paar keer totdat ik naar een zakdoek moest grijpen om een loopneus te voorkomen.
'Pas de problem, mon ami!' zei ze en ze begon de boodschappen in de kleine koelkast te zetten. 'Ik heb cordon blue van mijn moeder meegekregen. Heb je al honger? Ga jij maar lekker zitten, dan ga ik wel eten maken. Wil je een lekker glas wijn? Dat is ook goed voor je!'
De rust die ik de dagen ervoor had ervaren, kon ik me op dat moment nieteens meer herinneren. Anna-Sophie walsde het huis binnen, verwende mij met boodschappen en besloot gelijk avondeten te maken. Het spontane leven in de keuken stopte mij niet met snotteren, maar maakte het wel veel gezelliger in huis.
We aten de malse schnitzel met de kaas en ham er ingerold met een frisse salade op de bank, met een glas wijn erbij. De radio stond aan en draaide zachtjes Franse rapmuziek. Op de tafel stond mijn laptop met de voor mij veel te bekende stapels papierwerk ernaast.
'Dus jij bent een schrijver?' vroeg ze toen ik net een hap van het vlees nam. 'Dat vertelde mijn moeder.'
Niet met volle mond praten, dacht ik, en werkte mijn hap weg om te vragen hoe haar moeder dat in hemelsnaam wist. Maar ze was mij voor: 'Dat had de dominee haar verteld.'
Natuurlijk, dat was die kerkvader, die dus ook de bode van het dorp was.
Ik vertelde over mijn schrijfwerk en waarom ik me heerlijk had teruggetrokken op het Franse platteland. Ze begreep het helemaal. Zelf heeft ze lange tijd in het Italiaanse stadje Parma gewerkt en een paar keer per maand vluchtte ze terug naar het rustige leven van het dorp hier om haar ouders op te zoeken.
Haar vader was twee jaar geleden overleden en nu zit haar moeder nog alleen in het dorp. 'En ze wil hier niet weg,' zei ze. 'Het zal mij nooit lukken om haar over te halen om met mij mee te gaan. In Italië zou ze zo bij me in kunnen trekken en zou ik haar zo een beetje in de gaten kunnen houden.'
Ik vroeg haar hoe ze in Italië terecht is gekomen en toen moest ze grinniken en nam ze direct een slok wijn. 'C'était l'amour,' antwoordde ze. Het was de liefde.


