Groeten terug

maandag, september 10, 2007  

Met de publicatie van dit 13e verslag is het wellicht duidelijk dat ik weer in Nederland ben. Ik heb niets van een zomer in Nederland meegemaakt en het blijkt dat die zomer hier ook nooit is geweest. En dat terwijl het in Italië soms tragisch warm was.

Tragisch omdat je dan je bed uit móet komen, tenzij je een waterbed van het matras wil maken.

Tragisch omdat met dat hete weer de Vespa er definitief geen zin meer in had.

Tragisch omdat op dergelijke dagen álles heel erg langzaam gaat. Schrijven op mijn laptop was al niet te doen, vandaar ook het gebrek aan berichten hier.

Maar er is veel geschreven daar in Montesilvano. Of er iets bruikbaars in voortgekomen is, durf ik nog lang niet te zeggen. Er moet nu gerijpt worden en ondertussen research gedaan worden voor de rest. Daarvoor moet ik ervaren mensen spreken, veel mensen en dit weer zien te matchen met het verhaal.

En dan ben ik nog nergens, want dan moet er nòg harder aan gewerkt worden, voordat het schrijven ook maar de ogen van anderen zal opmerken.

Uiteindelijk moest ik wel weer een keer terugkomen naar Nederland. Het leven blijft geen feest en er moet wel gezorgd worden dat het kacheltje de komende winter blijft branden.

Het hoe en wat met Anne-Sophie en Saul in Italië blijven leuke verhalen. Wellicht vertel ik ze nog een keer. Maar nu even niet.

Meneer moet zo nodig re-search plegen.

Labels:

Verzekering

maandag, juli 23, 2007  

Saul heeft de Vespa Sprint gerepareerd en met z'n tweeën verkenden we de omgeving. Hij wees, ik sprak en hij bevestigde. Zo begrepen wij elkaar.

Maar we moesten nog wel heel voorzichtig zijn, maakte hij me duidelijk. Want de scooter was nog niet verzekerd. 'Non, pas bénir,' herhaalde hij. 'Nee, níet verzekerd,' begreep ik van hem.

Een paar dagen later nam hij me nogmaals mee en eindigden bij de zijdeur van het kerkje in Montesilvano. De reden van bezoek was nog niet duidelijk, ik laat mij altijd maar meenemen en ik zie wel. Samen met Saul wachtten we op iets.

Hij rookte rustig een sigaretje en leunde tegen de muur. Toen vervolgens meneer pastoor naar buiten kwam met een natte, zwarte wc-borstel, werd het mij duidelijk hoe je in traditioneel en zwaar-katholiek Italië je scooter moet verzekeren. Je laat 'm zegenen.

Vanaf dat moment mocht ik er ook lekker hard op crossen van Saul. De heuvels op en af, lekker hard langs het strand en met piepende banden tot stilstand komen in de garage, tot grote schrik van Anne-Sophie.

Twee mannen met speelgoed...

Labels:

Niet zo koud

zondag, juni 17, 2007  

Na een verblijf van een aantal weken in Zuid-Frankrijk hang ik nu heerlijk de Nederland-ontvluchtte-schrijver-in-Italië uit.

Dat schrijven gaat hier wel iets beter, wellicht omdat een verandering van spijs doet leven. Mijn kookkunsten zijn absoluut niet te vergelijken wat Anne-Sophie kan uitspoken in haar keuken. Voor mij kwam Italiaans eten uit een zakje en een doosje en gebruikte je pizzadeeg of snelkook-pasta voor de gewenste maaltijd. Wat groente erbij en klaar. En zelfs dat lukte mij niet in Frankrijk, daar opende ik maar een blikje, sneed ik wat ham van de varkenspoot en improviseerde ik er iets maagbevredigends van.

Hier maakt mijn gastvrouw binnen tien minuten iets waar ik nieteens op was gekomen en gebruikt ze ingrediënten die in Nederland ook ruim voor handen zijn, maar waar ik als drukke Nederlander 'geen tijd' voor wil maken. Waarom zou je moeilijk doen als het ook uit een zakje kan?

Dus geniet ik tegenwoordig bijvoorbeeld van een voorgerecht van in reepjes gesneden venkel met een dipsaus van olijfolie en zout – zó simpel en zo verrukkelijk makkelijk – en volgt Anne-Sophie met een met pesto bestreken pasta en volgt daarna gang nummer drie: het vlees. Gisteren bijvoorbeeld gekruide gehakt gerold in Parma-ham in een bedje van gepureerde tomaten en heet uit de oven.

Hieruit kan dus ook opgemerkt worden dat het helemaal voorbij is met de longontsteking. Het weer wordt minder nat en vochtig en hier in Italië lijkt het erop dat de zomer zijn intocht maakt.

Anne-Sophie woont hier in Montesilvano in een kleine vrijstaande villa. De cabrio kan in een garage, er is een washok, een keuken, twee slaapkamers, een rommelkamer en een ruime woonkamer die grens aan het twee keer zo grote terras met uitzicht over Pescara. Meer is helemaal niet nodig en ik ben bijzonder blij met mijn eigen logeer-slaapkamer.

En Saul heb ik inmiddels ook ontmoet. In de eerste week hier nam Anne-Sophie hem mee na haar werk en stelde ze hem aan mij voor. Saul is een goedlachse en boomlange zwarte Afrikaan. Zo had ik mij een vriend uit Noord-Afrika niet voorgesteld.

Hij kwam oorspronkelijk uit Sudan, heeft jarenlang in Algerije gewoond en kwam negen jaar geleden naar Italië als asielzoeker. Momenteel woont hij op een verdieping in Pescara en werkt hij als tolk voor de Italiaanse overheid.

Saul spreekt Frans en Italiaans, ideaal voor Anne-Sophie, een enorme domper voor mij. Maar met medewerking van haar kan ik iets aan hem vragen of iets voorstellen. Een uur na onze kennismaking stonden we beiden gebogen boven het motorblok van de Vespa Sprint. Ik wees, hij sprak en ik gebaarde. Zodra de Vespa het weer doet, wil hij me de omgeving laten zien. Hij had zelf ook een Vespa. Tenminste, dat begreep ik uit zijn enthousiasme.

De Vespa stond vervolgens een week lang open en bloot in de garage. Anne-Sophie vroeg zich af of ik het niet erg vond als ze me zomaar op een avond alleen zou laten als ze zelf de stad in was.
'Absoluut niet!' zei ik. 'Ik ben al blij dat ik hier zomaar mag blijven.'
Echt zomaar was het niet; ik was wel zo schappelijk om mee te betalen aan de boodschappen en als er maar iets was, moest ze het mij melden.
'Ga je uit met Saul?' vroeg ik onbeschaamd. Ze schudde haar hoofd en zei dat het werkbesprekingen waren, zeker omdat er in de advocatuur geen 9-tot-5-mentaliteit bestaat. En vooral niet in Italië!
'Als de Vespa het straks doet, kun je daarop eens rondrijden en zelf 's avonds de stad in ofzo,' zei ze. Er was dus nog hoop voor de Vespa! 'Morgen komt Saul met een onderdeel dat hij moest bestellen, dus daarna kan die tank gevuld worden en mag je je uitleven.'

'Ben je verliefd op Saul?' vroeg ik aan Anne-Sophie toen we deze week weer eens een fles Prosecco soldaat gemaakt hadden. We zaten op het terras en de zon was net ondergegaan toen ik de vraag gewoon móest stellen.
'Nee,' zei ze. 'Ik ben niet van de verliefdheid. Die heb ik nooit echt meegemaakt. Ik vind mensen leuk. Ik houd van leuke en gezellige mensen en daar ga ik graag mee om, maar verliefd? Nee. Ik ben wel gek op Saul en ga graag met hem om, maar ik ben misschien te druk om mezelf helemaal te laten gaan. Of misschien wil ik dat niet.'
'Nu is het mijn beurt:' zei ik. 'ben jij bang? Bang om jezelf te laten gaan?'
'Nee, dat is het niet. Ik ben er misschien niet klaar voor. Ik wil er klaar voor zijn. Maar nu nog niet.'

In stilte probeerde ik te beseffen wat voor persoonlijkheid er nu in Anne-Sophie schuil ging.

'Maar schrik niet hoor, ik geniet wel enorm van het leven en de leuke mensen die ik daarin tegenkom. Zo koud ben ik ook weer niet. Ik haal nog iets te drinken.'
Ze toonde een verrassende glimlach op haar gezicht, stond op en liep naar de keuken.



Labels:

Uitzicht

zondag, juni 03, 2007  

(op de MSN)

M: Zo man, jij zit nu gewoon in Italië?
Ramon: Yep.
M: Was het huisje van mij pa niet goed genoeg? Nee, ik weet het, je bent ziek. Hoe gaat het er nu mee?
R: Longontsteking!
R: Volgens mij werkt die antibiotica al aardig. Ik heb er veel minder last van. En de frisse zilte zeelucht hier maakt veel goed.
M: Je zit aan de oostkust, toch?
R: Ja, net iets ten noorden van het stadje Pescara, daar heb ik nu uitkijk op vanaf Montesilvano. Dacht eerst dat het een dorp was, maar het blijkt gewoon een grote heuvel te zijn. En bovenop die heuvel heeft Anne-Sophie haar appartement! Wát een uitzicht!
M: Dat is dan wel beter dan het huisje in Frankrijk! En hoe is die Anne-Sophie nou? Beetje een lekker ding?
R: Ze is geweldig. Heel tof, gezellig. Maar ze heeft een vriend!
M: Hahahaha!
R: Ik kan niet alles hebben he :-)
M: Dat bleek niet uit jouw schrijven!
R: Nee, ik had er ook nooit expliciet naar gevraagd. Ik dacht, ik wacht wel af en dan merk ik vanzelf wel wat ze los laat.
M: En vervolgens gaat ze jou een beetje onder druk zetten met angsten voor je schrijven.
R: Nou dat valt wel mee hoor. En die zorgen zijn nu wel weg. Ik zit nu lekker met het laptopje op haar patio te genieten van het uitzicht en dan gaat het schrijven vanzelf wel. Zolang het droogt blijft! Ik ben een beetje opnieuw begonnen met wat ik had en ik kom mezelf nog wel een keer tegen als ik wat verder ben.
M: Maar ze woont daar alleen?
R: Ja, haar vader heeft dit huisje gekocht voor haar en daar woont ze inderdaad alleen. Overdag werkt ze als juriste voor een oliebedrijf in Pescara en aan het eind van de middag komt ze thuis met tassen vol boodschappen.
M: En die vriend dan?
R: Die komt deze week langs. Hij heet Saul en is een Noordafrikaan. Ik ben benieuwd naar wat ze nou hebben, want het is mij nog niet helemaal duidelijk!
M: Schrijf er snel over, ik ben benieuwd!
R: Dat komt wel goed.
M: Maar je gaat daar toch nog wel wat zien? Of blijf je iedere dag achter die laptop hangen?
R: Er staat een Vespa Sprint in de garage! Hij is kapot, maar Saul gaat 'm dus repareren. En dat betekent dus dat ik daarmee mee zou kunnen gaan touren!
M: Heel gaaf! Maar ik taai af, spreek je later! Succes!
R: Dank je! Doei doei.


Labels:

Bang

zaterdag, mei 26, 2007  

Ik zat in de zilvergrijze Audi van Anne-Sophie en we reden naar Italië.

Van een klein dorpje in het zuidoosten van Frankrijk naar Montesilvano om precies te zijn. Van het glooiend groene Franse platteland reden we al snel rond de bergketens van de Alpen, door lange tunnels en langs diverse drukke controleposten voor het vrachtverkeer. Ik had lang niet zó veel vrachtwagens gezien op één snelweg.



Anne-Sophie had een erg relaxte radiozender met rockmuziek op staan toen we rond elf uur in de ochtend langs Turijn reden. Ik voelde me goed, hoewel ik zo nu en dan een nare hoestbui had. Ik had mezelf vanochtend vroeg warm aangekleed, maar had niet verwacht dat het zo warm zou worden in de auto. Ik voelde druppeltjes zweet uit mijn oksels sijpelen, zoals de regendruppels van de vooruit stroomden. Dat werd nog wat voor de verwachte tien uur rijden. Anne-Sophie hoopte nog voor donker thuis te zijn.

'Anne-Sophie,' begon ik tegen haar. 'Waarom neem je mij mee naar jouw appartement in Italië? Niet dat ik bang ben voor jou, maar ik kom weinig mensen tegen die zo spontaan een stukje leven willen delen met een volstrekt onbekende.'
Ze lachte naar me.
'Ik heb zelf ook niet stilgezeten, sciocco. Ik heb je nagetrokken op het internet en daar kwam ik erachter dat jij geen problemen hebt met het logeren bij voor jou onbekende mensen. En zo was het voor mij ook moeilijk om je uit te nodigen en mee te nemen.'

Ze zette de ruitenwisser op een snellere interval en haalde haar hand door haar bruine, lange haar.

Ze had gewoon mijn online verleden opgegraven en had daarmee mijn vorige leven ontdekt! Het was een leven van grote contrasten en enorm veel doorzettingsvermogen. Om het normale leven tijdelijk achter me te laten moest ik dagelijks de verstandmeter op nul gezet worden. Iedere dag onderweg dacht ik: 'Ik ben gek dat ik dit doe, maar wel de allereerste gek die dit lukt!'
Dat hield me uiteindelijk zolang gaande, bij welke familie of persoon ik ook maar een dagje verbleef, op welk continent ter wereld dan ook.

'Dat was een enorme trip die je gemaakt hebt,' ging Anne-Sophie verder. 'Ik neem aan dat je er veel van hebt geleerd.'
'Het voelt voor mij als iets van heel lang geleden. Ik doe er eigenlijk er weinig mee.'
'Wat zou je ermee kunnen doen?' vroeg ze.
'Dat heb ik dus nooit zo goed geweten. Ik heb meer dan tienduizend mensen ontmoet, ik verbleef bij studenten, dertigers, bejaarden, vrijgezellen, gehandicapten, homoseksuelen, moslims, noem maar op! Met al die ontmoetingen zou ik een prachtig boek kunnen schrijven, iedereen vertelde me een andere levensverhaal.'
'En dat lukt niet?'

Waarom moest ze juist op dat moment, in de auto, de spijker op zijn kop slaan?
'Nee, niemand zit te wachten op een roman met duizenden personges en al hun inzichten en ervaringen. '

'Ik heb gelezen dat je veel succes hebt gehad hebt sinds dat internetreisproject.' L'internet viagga, noemde ze het. 'Je hebt er een boek over mogen schrijven, je hebt radio gemaakt - alles wat je sindsdien hebt kunnen doen heb je te danken gehad aan dat gouden idee van je.'

Ik gaf haar gelijk. Daarna was het een paar minuten stil en luisterden we naar de muziek. Alanis Morissette zong Head over Feet.

You are the bearer of unconditional things
You held your breath and the door for me
Thanks for your patience

Ik bestudeerde de wegenkaart van Italië en voorspelde dat we via Asti, Piacenza en Parma de oostkust zouden bereiken bij Rimini. Dan was het enkel nog een lang stuk langs de Adriatische Zeekust naar Montesilvano.

'Volgens mij ben je bang dat wat je nu ook schrijft ook succesvol zal zijn. En dat wil je niet en daarom lukt dat schrijven van je momenteel niet zo lekker.'
'Nee joh,' bracht ik in, 'een roman schrijven is wel andere koek.'
'Wat voor koek?' Oei, een taalbarrière.
'Ik bedoel dat je wel een stillistische pen moet hebben om een goede roman te schrijven. Dat heeft niets met mijn verleden of ervaringen te maken. Het is zitten en schrijven en na lang ploeteren zorgen dat er wat moois uitkomt. Het is absoluut niet makkelijk!'

'Volgens mij ben jij zo'n perfectionist die dat wel zou lukken. It will only take a little more time.'

Ik keek uit het raam en zag het Italiaanse platteland langs de snelweg voorbij schieten. Het was groen, leeg en wat er stond aan houten huisjes was hevig aan het vervallen. En aan de bewolking te zien zou het blijven regenen.

'Dus jij denkt dat ik bang bent om te schrijven? Dat ik bang ben voor alles wat ik ook maar ga doen? Omdat ik het gevoel hebt dat het me toch lukt?'
'Si.'

Haar glimlach verraadde een grijns. Er drukte iets zwaars op mijn maag en plots werd de snelweg voor ons verlicht door een zonnestraal. Ik ben helemaal nergens bang voor!



Labels:

Het is heel simpel

donderdag, mei 17, 2007  

De dokter in het dorp constateerde een longontsteking bij mij.

Dat krijg je ervan als je denkt dat het warm genoeg is om lange ommetjes te maken, 's ochtends door de dauw naar de bakker te lopen en er halverwege achter komt dat het best wel fris is. Maar ik ben een bikkel, ik kan er tegen. Niet dus. Bikkel moet binnenblijven, warmgehouden worden en antibioticapillen slikken totdat het weer allemaal goedkomt.

En wat moet een Nederlander met een longontsteking in een afgelegen dorp van niets in het zuidoosten van Frankrijk? In z'n eentje. Dat is voer voor een zwaar depressieve roman die enkel mijn gevoelens van beroerdheid reflecteert. Dat wil niemand lezen!

Daarmee besefte ik wat Anne-Sophie voor mij is gaan betekenen in de afgelopen week.
'Misschien moet ik je maar meenemen,' had ze gezegd. Toen ik vroeg waarheen, zei ze gemeend: 'Naar Italië. Daar woon ik, sciocco!' Ze noemt me een dwaas.

Mijn gedachten konden het niet bevatten. Hoe kwam ze op het idee om mij mee te nemen naar Italië? Waarom zou iemand dat doen? Wie is hier de dwaas?

'Het is heel simpel,' zei ze. 'Ik kan je in Roanne op de trein zetten en dan neem je in Lyon de TGV naar huis en ben je vanavond weer in je Amsterdam. En kun je lekker uitzieken. Maar ik begrijp dat je niet voor niets hier bent gekomen. Je moet iets doen, iets afmaken. Je hebt een missie. En daar wil ik je bij helpen, alleen kun je hier niet blijven. Helemaal alleen. Dus je stapt op de trein naar huis, òf ik neem je mee naar Montesilvano. Dan kun je uitzieken in mijn appartement. Zodra je je iets beter voelt, ga je weer verder met je werk. Ik ben overdag op kantoor, dus je hebt alle vrijheid.'

Het was allemaal veel beter dan hier blijven of naar huis gaan. Het was misschien allemaal zelfs veel beter. Italië, gaaf! Taaltechnisch verandert er niets, want ik spreek naast Frans ook geen woord Italiaans.

Maar Italië! Het land van de cappucino, van cantuccini's en nog meer heerlijk eten! Het land van de zon en het temperament. Het land van het genieten. En Montesilvano? Dat werd googelen: een voorstadje van Pescara aan de oostkust. En de vader van Dean Martin was daar geboren.

Een paar weken geleden was ik nog aan het werk op een kantoor in Nederland. Een best wel saaie 8,5-uur-aanwezigheid-verplichting die uitgevonden is om de economie draaiend te houden. Geen slecht idee van de uitvinder, maar mijn persoonlijke economie kiest dan uiteraard voor het andere uiterste.

'Ik ga mee,' zei ik. Och, wat voelde ik me op dat moment opeens beter!
'Leuk!' Anne-Sophie werd er ook gelukkig van mijn verlossende woorden. Ze kwam naast me op de bank zitten en sloeg een arm om me heen. 'Echt, dat vind ik heel leuk!'

Ik lachte van ongemak. Ik vond het ook heel erg leuk. Ik vind Anne-Sophie eigenlijk ook heel leuk. Waar zijn de tissues? Shit. Dit vind ik best eng. Ik snoot mijn neus.

'Het is zo'n zes uur rijden en ik wil morgenochtend vertrekken. Dus als jij je spullen inpakt, zorg ik ervoor dat dit huisje goed achtergelaten wordt.'

Kijk mama, ik word verwend!

'Ik zeg vanavond gedag bij mijn moeder, kan ik daarna hier blijven slapen? Dat lieve mens wordt me nu echt teveel.'
'Weet zij dat je hier bent?'
'Ja, en volgens mij is ze nog jaloers ook. Maar vind je het gek? Ze verschilt bijna dertig jaar met mij en ik verveel me dood hier!'

Anne-Sophie blijft slapen.

'Ik slaap dan wel op de bank,' zei ze. 'En dan morgen vroeg op en wegwezen hier.'



Labels:

Italiaanse schrijvers

zondag, mei 13, 2007  

Het duurde nu langer dan ik zelf had verwacht en ik werd onzeker over mijn gezondheid.

Wat begon als een verkoudheid, werd een algemene aanslag op mijn lichaam in de vorm van ongekanaliseerde snot en ophopingen die de nodige hoofdpijn veroorzaakten. Vervolgens kwam er koorts en lag ik daaropvolgend de hele dag op de bank in een huisje in Frankrijk.

Ik werd verzorgd door de Frans-Italiaanse Anne-Sophie, die, al vanaf het eerste moment dat ze van mijn bestaan hoorde, weer iets te doen had terwijl zij in het dorp verbleef. Haar moeder opzoeken is gezellig, maar ze hield het geen week vol om hele dagen bij haar te zijn.

Ze haalde boodschappen, maakte mijn ontbijt, kookte en zette tientallen potten thee voor me. Ze kwam 's ochtends langs met vers brood of croissants, liep rond met een kleine stofzuiger omdat 'iemand het moet doen', vertrok weer en kwam aan het eind van de middag langs om samen te eten.

Als ik niet zo ziek was, had ik hier veel meer van genoten! Iedere keer als ze binnenkwam ontspande ik me en regelmatig viel ik zelfs in slaap.

'Wat schrijf jij voor verhalen?' vroeg ze afgelopen vrijdagavond tijdens het eten aan mij. Ik schrijf in het Nederlands en alle uitprobeersels lagen op de tafel in de woonkamer, maar waren voor haar ondoorgrondelijk. Ik legde uit waarmee ik bezig was, een novelle, misschien wel een roman. Vertelde kort het verhaal, lichtte de hoofdpersonages toe en hoe het plot met hen aan de haal zou moeten gaan als ik het allemaal juist op papier zou krijgen.

'Is dat niet hartstikke saai?' vroeg ze. Ze hield meer van spannende boeken, boeken die haar meenamen naar een ander land, waar iets gebeurde en opgelost moest worden, voorkomen moest worden, nee, overleefd moest worden. 'Ik ben gek op John Grisham,' zei ze. 'Ik heb echt alles van hem gelezen.'

'Ik schrijf geen thriller,' zei ik. In thrillers gaat het mij te veel om de suspense en komen karakters uit zwart-witte verf. In een roman wordt naar diepgang verlangt, speelt de schrijver met de gedachten van de lezer en neemt hem mee naar een andere manier van denken. Suspense, maar dan niet als een spannende film van negentig minuten, maar als een staand verhaal van meer dan 60.000 woorden. Niet dat ik dat aan haar vertelde. Verschil moet er blijven.

In Lyon had Anne-Sophie Italiaanse letterkunde gestudeerd en daarmee ontdekte ze ook de moderne schrijvers van hedendaags Italië. Nee, niet de klassiekers die je voor de studie moet lezen, maar de helden van nu. De John Grishams van Italië.
'En dan moet je denken aan Eraldo Baldini of Alessandro Perissinotto.'
Ik keek haar vaag aan.
'Die kèn je niet?'
Ik schudde mijn hoofd en snoot eens flink mijn neus. Die wijn bij het eten werkt goed, maar als er iets gaat lopen, dan is het mijn neus.
'Mijn favoriete Italiaanse schrijver is Davide Longo. Geweldig!'
'Noem eens een titel van zijn laatste boek, misschien herken ik de vertaling in Nederland,' probeerde ik.
'Un mattino a Irgalem,' noemde ze. Een morgen in Irgalem in het Nederlands. 'Dat gaat over de Italiaanse kolonisatie van Ethiopië. In 1935 viel Mussolini het land binnen en door in 1936 met mosterdgas te spuiten, was het leger verslagen. En in 1944 namen de Britten het over.'
'En dat boek is dan een spannende thriller?'
'Ja, en het favoriete boek van mijn favoriete Italiaanse schrijver,' lachte ze.

Ze pakte mijn lege bord en liep met twee legen borden terug naar de keuken. 'Ik moet nu alleen snel gaan. Ik ga vanavond met mijn moeder naar het theater in Roanne. Ik kom morgenochtend weer. Dan moeten we maar eens bekijken wat er met jou moet gebeuren.'
'Met mij moet gebeuren? Hoezo?'
'Ik vertrek de komende week weer naar Italië en jij bent harstikke ziek. Dat zijn voor jou twee problemen. Misschien moet ik je maar meenemen.'

Labels:

Het was de liefde

zondag, mei 06, 2007  

Nadat ik haar deze week gebeld had en mijn huidige gezondheidstoestand had uitgelegd was ze eind van de middag direct langsgekomen.

Er parkeerde een zilvergrijze Audi voor de deur en er stapte een lange dame met lang donkerbruin haar uit. Ze pakte een doos vanaf de achterbank van haar auto en liep het tuinpad op. Ik bekeek haar door de vitrage van de woonkamer en het voelde bijna alsof ik haar aan het begluren was.

Ik opende de deur en daar stond ze: diegene die mij enigszins kon helpen omdat ik te beroerd was om zelf de straat op te gaan en de in Frankrijk bijna noodzakelijke dagelijkse boodschappen te doen.

'Hoi! Ramon? Ik heb meteen iets voor je meegenomen,' en ze liep langs mij naar de keuken om daar de doos op de keukentafel te zetten. 'Ik ben Anna-Sophie.' Ik schudde haar de hand en stelde me voor als de zieke bezoeker van het dorp.

Alsof ze vaker mensen in het dorp helpt met boodschappen pakte ze gelijk de spullen uit de doos. Twee pakken sinaasappelsap, een pak melk, een fles rode wijn, twee stokbroden, een zak kiwi's, appels, paprika's, een zakje met vlees en een hompje zachte Franse kaas.

Ik stond aan de vloer genageld want ik had niet eens expliciet naar mogelijke boodschappen gevraagd en nu had ze alles al in huis gehaald om de komende dagen te overleven. En met die vitamines zal ik ook goed kunnen aansterken. 'Dit kan iedereen gebruiken als hij ziek is, nietwaar?' zei ze.

Ik bedankte haar een paar keer totdat ik naar een zakdoek moest grijpen om een loopneus te voorkomen.

'Pas de problem, mon ami!' zei ze en ze begon de boodschappen in de kleine koelkast te zetten. 'Ik heb cordon blue van mijn moeder meegekregen. Heb je al honger? Ga jij maar lekker zitten, dan ga ik wel eten maken. Wil je een lekker glas wijn? Dat is ook goed voor je!'

De rust die ik de dagen ervoor had ervaren, kon ik me op dat moment nieteens meer herinneren. Anna-Sophie walsde het huis binnen, verwende mij met boodschappen en besloot gelijk avondeten te maken. Het spontane leven in de keuken stopte mij niet met snotteren, maar maakte het wel veel gezelliger in huis.

We aten de malse schnitzel met de kaas en ham er ingerold met een frisse salade op de bank, met een glas wijn erbij. De radio stond aan en draaide zachtjes Franse rapmuziek. Op de tafel stond mijn laptop met de voor mij veel te bekende stapels papierwerk ernaast.

'Dus jij bent een schrijver?' vroeg ze toen ik net een hap van het vlees nam. 'Dat vertelde mijn moeder.'
Niet met volle mond praten, dacht ik, en werkte mijn hap weg om te vragen hoe haar moeder dat in hemelsnaam wist. Maar ze was mij voor: 'Dat had de dominee haar verteld.'

Natuurlijk, dat was die kerkvader, die dus ook de bode van het dorp was.

Ik vertelde over mijn schrijfwerk en waarom ik me heerlijk had teruggetrokken op het Franse platteland. Ze begreep het helemaal. Zelf heeft ze lange tijd in het Italiaanse stadje Parma gewerkt en een paar keer per maand vluchtte ze terug naar het rustige leven van het dorp hier om haar ouders op te zoeken.

Haar vader was twee jaar geleden overleden en nu zit haar moeder nog alleen in het dorp. 'En ze wil hier niet weg,' zei ze. 'Het zal mij nooit lukken om haar over te halen om met mij mee te gaan. In Italië zou ze zo bij me in kunnen trekken en zou ik haar zo een beetje in de gaten kunnen houden.'

Ik vroeg haar hoe ze in Italië terecht is gekomen en toen moest ze grinniken en nam ze direct een slok wijn. 'C'était l'amour,' antwoordde ze. Het was de liefde.



Labels:

MSN Hulpdienst

donderdag, mei 03, 2007  

M: Zeg, hoelang blijf je nog in het huis van mijn pa?
Ramon: Misschien nog een paar weekjes. De tijd gaat hier aardig snel moet ik toegeven.
M: Verveel je je niet te pletter?
R: Dat valt wel mee. Ben alleen nu ziekjes. :-(
M: Je bent ziek? Wat hb je dan?
R: Kou gevat ofzo. In ieder geval heb ik een kop vol snot en raakt mijn ibuprofen op. Kan geen thee meer zien!
M: Lekker is dat. Enig teken van beterschap?
R: Het kutte is dat het dorp toch een flinke wandeling vergt en ik daar nu even te beroerd voor ben.
M: Kan er niemand anders een boodschap voor je doen?
R: Ik heb me in de afgelopen weken er niet echt op toegelegd om mijn buren te leren kennen. Oeps. En ik spreek de taal ook niet echt, dus dat ervaar ik een beetje als beschamend als ik daar nu moet aankloppen.
M: Heb je dan nog wel eten in huis?
R: Ik ben aan het blikvoer begonnen dat ik in de keukenkastjes vond. Vanavond heb ik knakworstjes op.
M: Nee, daar wordt je gezond van!?
R: I know!
M: Ben je te beroerd om naar buitn te gaan?
R: Ja, als ik mijn neus al snuit ervaar ik zeeziekte. Ik ben geen aanstller ofzo, maar ik heb 'm nu aardig hangen.

M: Mijn pa aan de lijn. Hij heeft een naam en een telefoonnummer.
R: Kom maar op, ik bel wel.
R: Spreekt hij ook Engels?
M: Het is een zij. Ze woont ook in jouw dorp.
M: Ze heet Anna-Sophie Goyette. Haar mobiele nummer is ###.
R: Ah, een Franse!
M: Maar ze woont meer in Italië dan in Frankrijk. Volgens pa is zij nu in het dorp bij haar moeder.
R: Mooi. Maar moet ik haar nu bellen om haar om hulp te vragen?
M: Leg gewoon even je situatie uit en dat je ziekjes thuis zit.
R: KEnt zij jouw vader?
M: Ja, is een oudcollega van hem. No worries!
R: Eng hoor. Maar ik ga het proberen!
M: Succes! En beterschap!
R: Dank je!

Labels:

Rond

zaterdag, april 28, 2007  

De voldoening die fulltime schrijven met zich meebrengt is dat je soms de illusie hebt dat je ècht iets goeds hebt geschreven.

Een heel prettig gevoel. Totdat je een dag later kijkt naar die opgeschreven woordenbrij en inziet dat het lang niet zo fantastisch is. Of eigenlijk helemaal niet zo fakkeldragend is. Eigenlijk gewoon bar slecht is.

Met die inzichten in mijn rugzak lukt het mij dus om alles wat ik de afgelopen weken heb geproduceerd tot amper iets te verklaren. Schrijfoefeningen zijn het, zeg ik je, meer niets. De uitgever zou zich toch grote zorgen gaan maken als hij daar toch iets van onder ogen krijgt.

En dan onderbreek ik dat werk met een lange wandeling, door het dorp, langs het dorp of helemaal om het dorp heen. En meestal langs een bakker, want brood is hier niet lang houdbaar.

Dagelijks rijden er 's ochtends tientallen auto's het dorp uit, langs het huis waarin ik verblijf. De bestuurders, vrijwel altijd alleen, rijden naar hun professionele werkzaamheden elders. Pas rond zeven uur komt de kolone weer terug en krijg je met tien auto's op een rij soms kans op een file als een verre buurman zijn schapen laat oversteken naar een ander ef.

Overdag is het dorp dood. Afgezien van de kerktoren die ieder uur zijn geluiden laat horen en de winkeldeurtjes die geopend en gesloten worden door gezette, oude huisvrouwtjes, gebeurt er verder niets. Ja, die kerkvader loopt rond en groet iedereen. Ik probeer hem een beetje te mijden. Ik ben niet zo kerkelijk en mij zie je dus niet snel de kerk instappen.

Er is zelfs geen voetbalwedstrijd van de sterke macht van dit dorp tegen een ander dorp. Terwijl er een heus voetbalveld is met een tribune van tien houten planken.

Misschien willen ze wel graag voetballen, maar hebben ze andere dingen aan hun hoofd waardoor die sport erin schiet.

Er wòrdt wel gevoetbald, maar dan door vrije schoolkinderen. Ergens in de namiddag hoor ik altijd wel spelende kinderen, die met zelf-samengestelde halve elftalletjes gebruiken maken van het onderhouden voetbalveldje. En als ze er niet zijn ligt er een bal, eenzaam achtergelaten, op het veld.

Net als bij mij in het huisje, als ik terugkom van een wandeling: de laptop staat in standby-stand.



Labels:

Eerste bezoek

vrijdag, april 20, 2007  

Het is heerlijk om mijzelf terug te trekken op het Franse platteland.

Er gebeurt hier zo verschrikkelijk weinig. Een dagelijkse wandeling naar het dorp voor vers stokbrood en de kleine boodschap hier en daar en weer terug. Verkenningstochtjes over de omringende heuvels waar de planten al aardig groen worden en zich voorbereiden op een druifrijke zomer. Het is ook net alsof het hier áltijd lente is en nooit anders is geweest!

De eerder genoemde haan blijkt inderdaad oud en dement. Dat blijkt uit het feit dat hij zich soms verslaapt en pas rond het middaguur ontdekt dat hij vergeten is de hele vallei wakker te schreeuwen. Hij probeert het dan nog eens, maar geeft de moed al snel op.

Het eerste bezoek heeft zich ook gemeld. Vrij ongemakkelijk opende ik de voordeur. Ongemakkelijk omdat ik geen bezoek verwacht en omdat ik de taal van de lokale bewoners totaal niet machtig ben zonder internetwoordenboek op klikafstand.

Maandagochtend stond er zowaar een monnik of een kerkvader voor de deur. Daar ga ik dan maar een beetje van uit, want hij was gekleed in een donkerbruin gewaad en er was een touw om zijn middel gebonden. The old fashion way, yeah!

Hij bracht een bezoek namens de kerk, want blijkbaar had hij via via vernomen dat er een nieuw gezicht in het dorp gesignaleerd was. Hij had zelfs een bijbel in zijn hand, betere identificatie kon ik aan de deur niet wensen!

Maar ik snapte niet veel van zijn dorp- en kerkinformatie, gebaarde en stotterde in verschrikkelijk slecht Frans dat ik een tijdelijke Nederlandse bezoeker ben en dat ik in dit huisje hier aan het werk ben. Je suis un écrivain ici, meldde ik trots.

Het kwam er allemaal op neer dat ik van harte welkom was in zijn kerkgemeenschap en vervolgens noemde hij enkele dagen van de week en tijden van kerkdiensten. Ik bedankte hem hartelijk en wenste hem verder een goede dag.

Hij liep het tuinpad af en sloot netjes het tuinhekje. Hij keek naar het huis en sloeg een kruis.

Labels:

Even voorstellen

woensdag, april 18, 2007  

Dit is nu de haan op het erf van de buurman die mij iedere ochtend veel te vroeg wakker kukelt. Waarschijnlijk is hij al een paar jaartjes oud, want het is ook meer schreeuwen dan kukelen te noemen.

Ik zit er aan te denken om keelsnoepjes in zijn drinkwater te gooien.

Of om maar naar het dorp te lopen en bij één van de winkeltjes op zoek te gaan naar oordopjes. Foq, hoe heet dat in het Frans? Les Bouchons d'oreille ofzo?


Labels:

Bienvenue en France!

zondag, april 15, 2007  

'Ik kan het aan mijn vader vragen,' had die vriend van mij nog tegen me gezegd.

Twee weken later zat ik met die vader in een typische bestuurderswagen - het eikenhouten dashboard ontbrak er nog net aan - en reden we samen door Frans heuvellandschap.

Ik had er een bijzondere treinreis opzitten, na een overstap in Lyon moest ik nog met een boemeltrein over, langs en door idyllische dorpjes en uitstappen in Roanne. Het was lang geleden dat ik zo'n afstand aflegde met de trein.

De vader van die vriend had vorige zomer een klein, vervallen huisje gekocht aan de rand van een Frans dorpje. De familie had er al enige malen verbleven en waren de boel mooi aan het opknappen. Hij had net wat opruimwerkzaamheden achter de rug en wilde terugrijden naar Nederland, toen hij hoorde van mijn bijzondere verzoek om enkele weken in het huisje te mogen verblijven.

'In je eentje?' had hij nog gevraagd. 'Wat wou je dan gaan doen?'
Gelukkig had die vader weleens over mij gehoord en klonk het hem nieteens zo gek in de oren dat de ware reden was: een boek schrijven. Hij zou me wel van het station komen ophalen.

Het dorpje, ten zuiden van Roanne, het zuidoosten van Frankrijk, was klein, maar kon mij aan alle behoeften voorzien, vertelde hij mij tijdens de autorit. Het had een kerkplein en een bakker, een slager en meer van dat soort winkeltjes.

Het huisje zelf stond een kilometer buiten dit dorp, dus ik moest het niet erg vinden om voor vers stokbrood een wandeling te maken. Ik keek om mij heen en zag de glooiende groene wijnvelden en een grote diversiteit aan boerderijdieren. Ook al verbleef ik plots vijftig jaar terug in de tijd: dit zou wel goed komen, dacht ik.

Het huisje had een soutterain waarbij ik op moest passen tijdens mijn verblijf. Als het hard regent loopt deze onder water en moet de pomp aangezet worden. Op de eerste verdieping was het woongedeelte met twee slaapkamers, een keuken en een klein woonkamertje. Nog nergens was te zien dat hier een Nederlandse familie was ingetrokken: het was nog een erg fijne en traditionele Franse woning. Ikea kennen ze hier gelukkig nog niet.

De vader liet mij uiteindelijk achter met de sleutel, een paar belangrijke telefoonnummers en een enorme gepekelde varkenspoot waar ik desgewenst mijn plakjes ham kon afsnijden. Genoeg voor een paar weken ham op brood.

Allereerst gooide ik alle verduisterende kleppen voor alle ramen open en liet een zachte, frisse voorjaarswind door het huis trekken.

Met een Frans biertje in mijn handen zat ik vandaag in het raamkozijn. Buiten schuifelde een oud boertje op klompen voorbij die hartelijk Bonjour! naar mij riep. Hij sleepte een onwillende ezel achter zich aan die vast wist dat hij zelf niets te willen heeft maar toch tegenwerkt voorzover zijn leeftijd dat toelaat.

Dat wordt nog wat met dat boek.



Labels:



Zoeken op deze site

Contact

  • 06-42979741
  • 084-7162426
  • KvK #34280880
  • View Ramon Stoppelenburg's LinkedIn profileramonstoppelenburg
  • mones.hyves.nl

Snel CV

  • Opleiding journalistiek, 1995-2001.
  • Internet Personality of the Year 2002 (Sunday Times).
  • Presentator Weg met BNN, 2005.
  • Marketing medewerker HCC, 2006
  • Freelancer sinds 2007.
  • Internetadviseur AGIS Zorgverzekeringen, 2008

Schrijvers online

Lifeloggers

Webloggers

Nieuws sites


© 2008 Ramon Stoppelenburg.
Design by Andreas Widman.